Awkward | Afgeschreven

Waarom een gratis piano zo’n fantastisch idee was.

11 januari 2015

Wij hebben dus een piano in de woonkamer staan. Dat ding is prachtig, ik mag er graag naar kijken. We hebben ‘m gratis over mogen nemen via een oproepje op Facebook. Een meisje wilde er graag vanaf, wij hadden net ons huisje geaccepteerd en hadden zodoende ruimte zat. En mede door Lucas’ eeuwige drang om muziekinstrumenten te verzamelen, hebben wij nu een gratis piano in huis.

 

Lucas en ik kunnen allebei niet pianospelen.

 

En dus staat dat arme ding er nu zo bij:

 

20150111_131625

 

Eerlijk is eerlijk, ik wist dat dit zou gaan gebeuren. Onze piano is gewoon extra bergruimte geworden. Een gratis kast. Op de piano ziet u o.a.: een dode moerasplant (ik dacht dat ik ‘m had verzopen maar volgens L. is dit niet mogelijk?), een half dode hangplant (zorgen voor plantjes is nooit mijn sterkste punt geweest), waxinelichtjeshouders, twee kandelaars, twee fotolijstjes, een stapel nog te archiveren poststukken in een fruitschaal (ook zo’n goed verhaal), nagellakremover, een antieke apothekerspot (gekocht voor €2,50 SCORE), schroevendraaiers, drie dorre takken in een vaasje en twee cameralenzen. En dan heb ik obviously nog lang niet alles opgenoemd.

Op de toetsen ziet u: een boek dat we nog aan iemand cadeau willen geven (best hoarder-excuse EVER), een koptelefoon, een zak kruidnootjes, een selfiestick en een half lege zak pindapepsels. Ik zou graag willen zeggen dat dit het resultaat is van een paar dagen niet opruimen, maar de waarheid is dat de piano er al een tijdje zo bij staat. (Behalve die pindapepsels, die vrat ik gisteravond half leeg.)

 

Het deed me een beetje pijn, echt. Want zo ga je niet om met een piano, ook al was-ie gratis.

In mijn hoofd waren er meerdere opties.

1. Pianoles nemen.
2. Zorgen dat L. pianoles neemt.
3. Allebei op pianoles. (Niet tegelijk want oorlog.)

 

Houston, we have a problem. Want: ik ben a-muzikaal. Maar echt. Aline ramde laatst op een toets en riep: “Oh, hij is wel een beetje vals!” Ik had werkelijk geen idee. Ik hoor het niet. In my defence, de laatste keer dat ik muziekles had was op de middelbare school. Toen moesten we op een keyboard de vlooienmars doen en zongen we “I like the flowers, I like the daffodils”. En dat vond ik al heel heftig. Kortom: ik heb geen gevoel voor ritme. Ik heb geen muzikaal oor. Niks.

Wat op zich natuurlijk prima is, want dat betekent dat ik muziek al snel leuk vind. Zo stond ik tijdens een festival een keer uit mijn dak te gaan terwijl L. baalde, want het was live zo ontzettend slecht. Ik had geen idee. En weetje, ik zou het zo ontzettend graag leren. Ik zou vet graag goed piano willen spelen en mijn repertoire verder zien gaan dan de vlooienmars (waarvan ik overigens al geen idee meer heb hoe die moet). Of nog liever: basgitaar. (Ik heb een basgitaar liggen, drie keer raden hoe vaak ik die in handen heb). Of de cello. Of gewoon gitaar. IETS.
L. heeft meerdere pogingen gedaan om mij gitaar te leren spelen. Dat eindigde steevast in ruzie en janken (ik) omdat ik te ongeduldig ben en compleet in paniek raakte van het woord ‘akkoorden’.

Mocht iemand het dus ooit nog aandurven mij les te willen geven, heb véél geduld (en zeg niet dat ik dit en dat akkoord moet aanslaan want ik snap niet waar je het over hebt).

 

Er blijft vooralsnog dus eigenlijk één optie over.

 

20150111_134204

 

 

4. Zorgen dat de piano er voortaan een beetje opgeruimd bij staat.

 

 





Ik hoor erbij.

5 november 2014

De dag die ik stiekem wist dat ging komen was eindelijk hier, hoewel een jaar of vijftig/zestig te vroeg.

 

Ik ben mijn brillenkoker kwijt.

 

Niet mijn bril, neen, de koker.
“No biggie, je hebt de bril nog!” denken jullie nu vast. Maar let op. Die koker is dus vele malen belangrijker dan die hele twee glazen op stokjes bij elkaar. Want die koker zorgt ervoor dat ik niet op de bril ga zitten. Of ‘m laat kletteren op de grond. Of ‘m nonchalant in mijn tas gooi, waarna ik bij de supermarkt een zak aardappels er bovenop flikker.

Die koker zorgt ervoor dat mijn bril al twéé hele weken heel is gebleven.
(En dat kreng was duur, dus ik was eigenlijk van plan om dat langer vol te houden dan twee weken.)
Die koker is niet alleen een handig bewaardingetje, maar ook van levensbelang.

 

Het hele huis ondersteboven gehaald, Floortje drie keer opgetild (Joost knows dat ze veel spullen kan herbergen onder haar weelderig figuurtje, hele afstandsbedieningen verdwijnen), dekens uitgeschud, onder de bank gekeken, zelfs op het toilet want ja, weet ik veel.

“Ding ligt vast op mijn werk” dacht ik toen.
Vanmorgen aangekomen bleek ook niemand dat ding gezien te hebben. Heel cool ben ik toen aan het werk gegaan alsof het me niks kon schelen, maar ik kreeg het een beetje warm. Want even hoor, HOE krijg ik het voor elkaar?
Als mijn hoofd niet vast zat, lag-ie nu bij mijn brillenkoker.
Joost knows dat mijn bril nu geen lang leven meer gaat hebben. Die zal nu binnen no time een pootje missen (ahw), of een glas, of gewoon volledig kwijt zijn. En dat allemaal omdat Femke weer niet met haar eigen spullen om kan gaan.

 

Ik heb me inmiddels neergelegd bij dit lot. En ik heb me ook neergelegd bij het feit dat het universum mij prima in de smiezen heeft gehad, en daarom de aanbieding van ‘Tweede bril gratis’ op het juiste moment voor mijn voeten heeft gegooid. Die tweede bril was niet voor die ene leuke outfit op Kerstavond. Nee. Die tweede bril is er omdat ik niet normaal kan omgaan met die eerste.

Het is nu echt écht officieel: ik ben lid van de brillenclub.
De eerste leuke selfies zijn geweest, nu begint het hele moeilijk kijken, je bril terugduwen bovenop je neus, beslagen glazen op de fiets, poetsen met van die doekjes met glassex: ik doe het allemaal. Met als hoogte(?)punt dat ik binnen twee weken mijn brillenkoker kwijt ben. Laat mijn ouders het maar niet horen (heehoi! Ja hij is echt weg.).

 

Ik kijk uit naar de dag dat ik aan mensen om me heen vraag of ze mijn bril hebben gezien terwijl ik hem op mijn hoofd heb staan.
Universum: wees voorbereid.

 

bril

 

 

Edit: Een uur nadat ik dit stuk had getikt, vond ik mijn brillenkoker terug onder het kussen van de bank. Het enige kussen dat ik tijdens mijn ijverige zoektocht niet door de kamer heb gesmeten. Story of my life. Bij deze wil ik het universum laten weten dat ik ook al een poosje drie Tony’s repen met karamel/zeezout kwijt ben, en zes briefjes van vijftig. (Ik wilde eerst € 10.000 zeggen, maarja. Wie gelooft dat.)

 





Do you want to build a snowman?

22 mei 2014

Ik stond gistermiddag in de supermarkt. Met in mijn mandje tortilla’s, een komkommer, tomaatjes, en een fles wijn. Vergeet eigenlijk die andere boodschappen meteen maar weer, want het ging om die fles wijn. Ik had de avond vrij en ’27 dresses’ kwam op televisie. En nouja. Jullie snappen ‘m wel geloof ik.

 

Vraagt de plusminus 16-jarige kassa-chick:
“Hoe oud ben jij?”
F: Huh? Ik? Ik ben 24.
K: Mag ik je ID-kaart even zien?
F: Oh. Eh. Ja hoor.
K: Wordt dat vaak aan je gevraagd?
F: Eh. Ja. Altijd eigenlijk.
K: Sorry.
F: Geeft niet. Mijn anti-verouderingscreme werkt tenminste HA.HA.HA.

 

(En dat mag ook wel want shit is duur.)

 

Goed.

Ik ben nu dus al een week 24 jaar. Enne. Er is geen fuck veranderd.

Of nouja. Natuurlijk wel. Ik heb nieuwe All Stars, een nieuwe ultieme-Femke-lippenstift, een nieuw boek, een taartjes-inspiratie-boek, een nieuwe mixer, een vijzel, cadeaubonnen en een bundeltje kaartjes.
Maar ik, de inner-Femke, is geen steek veranderd.

En vanavond dacht ik opeens: daar gaat dit jaar maar eens verandering in komen. WEETJE WAT, dacht ik, IK GA EEN ENORME LIJST MAKEN MET DOELEN DIE IK WIL BEHALEN OP MIJN 24e!!!!! Ik vond het een top-idee.

1. Uitvogelen hoe het gaat op school.
2. Weer lekker veel schrijven en bloggen.
3. 10 kilo afvallen.
4. Een eigen huisje.
5. Een nieuwe tattoo.
6. Meer yoga doen.
7. Tevreden zijn met mijn lijf.
8. Iets doen aan mijn lijf.
9. …
10. Ehm.
11. Zijn dit wel doelen?
12. Leren zingen.
13. Basgitaar leren spelen.
14. 10 km hardlopen.
15. Yeah right.
16.

 

Binnen een minuut was ik er alweer helemaal klaar mee. Ik kwam er achter dat die doelen me eigenlijk alleen maar herinneren aan alles wat ik tot vandaag nog nooit bereikt heb. En daar heb ik dus geen zin meer in.
Tuurlijk zou ik me kunnen richten op haalbare doelen. Maar zijn de grote onbereikbare dingen niet het interessantste?

 

Weetje.

Fuck die doelen.

Dingen die ik wil bereiken op mijn 24e:
1. Gewoon gelukkig zijn.

 

Ik zie wel hoe.
Ik zie wel waar.
Ik zie wel wanneer.

Ik zie vanzelf wel hoe er van alles op mijn pad komt.

 

(Ondertussen sta ik zingend op de bank “LET IT GO LET IT GOOOOO” uit Frozen te zingen. Ik heb nooit goed tegen alcohol gekund.)

 

(Grapje papa en mama.)

 

LET IT GO LET IT GOOO

LET IT GO LET IT GOOO

 





Lachen man.

16 april 2014

Ooit las ik ergens dat je naar mensen moet glimlachen. Gewoon naar wildvreemden dan he. Op straat, in een winkelcentrum, zelfs in de Appie(!!1!1!!!). Omdat je niet weet wat voor dag ze hebben, en dan kan een glimlach opeens alle ellende laten verdwijnen, voor die ene seconde dat je elkaar passeert. Je weet het niet he, je kent andermans situatie niet.

Nee hoor, ik maak er een beetje een dolletje van.

Ik snap dat het een positieve werking kan hebben op mensen. En dus ging ik er mee aan de slag. Want ik draag graag mijn steentje bij om de wereld een stukje mooier te maken. (KOTS)
Als ik bijvoorbeeld op Utrecht Centraal wandelde (ook wel: meetingpoint en kruispunt voor heel vermoeid bloedchagrijnig reizend Nederland), gaf ik een vreemde mijn glimlach. Werkt heel simpel. Maak kort oogcontact, glimlach (en loop vooral door want anders wordt het awkward). Jij blij, zij blij, ieders dag is weer goed.

 

Dat is dus het meest egoïstische OOIT, ben ik nu wel achter.

 

Laatst. Ik moest van de Uithof (een afgelegen oord in Utrecht) naar Utrecht CS. Ik ben niet graag op de Uithof, ergo: ik was strontchagrijnig. Ik moest voor 16:00 inchecken dus ik had haast. En voor iedereen die een verleden op de Uithof heeft weet: haast + kuthumeur + bus 12 = 100% PURE EVIL.

Afijn. Ik snelwandelen (ik ren principieel niet op stations) naar het eerste beste incheckpunt, weet gelukkig nét op tijd in te checken, en vervolg mijn snelwandeltocht naar het goede spoor. Ik snelwandelen, en snelwandelen, en snelwandelen, passeert opeens één of andere dude me.

 

Hij kijkt me aan. Hij glimlacht. Hij wandelt weer door.

 

WHUUUUUUUUUUUT.
WAT zit er op mijn gezicht?!
Heeft mijn lippenstift zich verspreid?!
Heb ik een vlek op mijn -ehh..- breast-area?!
Gulp open?!
Hangt er pleepapier aan mijn schoen?!
Heb ik een ongewenste hanekam op m’n hoofd?!
WAAROM DOET HIJ ME DIT AAN?!?!?!
EN WAAROM HANGEN ER NERGENS SPIEGELS OP ‘T STATION?!

 

Ik heb er mijn hele treinreis naar huis over gedaan om er achter te komen waarom ik uitgelachen werd. Mezelf wiegend. Gewenst dat ik onzichtbaar was. Schijtonzeker werd ik er van. Dus dankjewel, meneer de wildvreemde. Leuk hoor, dat glimlachen naar onbekenden..

Ik kap ermee, je hebt namelijk echt geen flauw idee wat je een ander aandoet.

 

 

 





No biggie.

7 april 2014

Laat ik even voorop stellen dat ik NOOIT ergens te laat kom, tenzij door pure overmacht. Echt. Ik ben overal te vroeg. Spreek af met mij om 15:00 en ik ben er om 14:50. Is een gewoonte. Ik hou er niet van om ergens te laat te komen. Afgelopen week was ik voor het EERST in mijn 54-jaar durende studentencarrière vijf minuten te laat bij een tentamen omdat de bus niet kwam opdagen én mijn trein een kwartier vertraging had. (“Maar Femke, het ritje Amersfoort-Utrecht duurt toch maar een kwartier?” DON’T GET ME STARTED.)

Tot vanmorgen 8:35 was ik er méér dan heilig van overtuigd dat mijn studiegenoot en ik op school hadden afgesproken om 11:00. Ik vond 11:00 een mooie tijd. L. moest al om 4:00 uit zijn bed komen, ik had al berekend dat ik dan net nog even door kon tukken, en daarna rustig toe kon treden in het land der levenden.

 

Die kat van mij he, die wist dus dat er iets verkeerd ging. Want om 8:35 ging ze op mijn hoofd liggen.

“WAKE UP BITCH WAKE UP WAKE UP” blèrde ze.
(Nee hoor grapje, ze zei: “Rise and shine, pretty babe!”)
(Nee hoor grapje, ze zei: “Meeee-oeeew.”)
(Floortje kan natuurlijk helemaal geen Engels.)

En da’s nog niet alles. Brullend duwde ze haar pootjes in mijn haar, kwam vast te zitten (dra-ma) en toen ik haar (en mezelf) had bevrijd en haar op de bank had gezet om af te koelen, keek ik in mijn telefoon. Haalde het berichtje van studiegenoot erbij.

“Zullen we om 10:00 afspreken?” had hij gezegd.
“Prima!” had ik geantwoord.

 

GLOEIENDE-GLOEIENDE-GLOEIENDE.

 

Als een maniakale wervelwind ben ik door het huis gegaan. Forget the women and children, out of my way.

En twee rijstwafels, de kortste douche in de historie van douchen, anderhalve (cheapie) Redbull en twee verschillende sokken later zat ik in de trein van 9:25. Zelfs m’n Nikies aangetrokken i.p.v. mijn beroemde rooie hakjes omdat ik dan harder kon rennen over het station. (Heb ik niet gedaan, want ik heb mijn principes.)

Al met al zou ik ‘maar’ een kwartiertje later komen. Ik haat kwartiertjes later. Ik haat te laat komen. Ik kan dat niet hebben van mezelf. Als iemand anders te laat komt, no biggie trouwens. Kan gebeuren, shit happens. Maar om de één of andere manier kan ik dat bij mezelf niet aan.

 

Iets voor tienen, ik zat al in de bus, wilde ik studiegenoot op de hoogte stellen van mijn falen. Ik wilde het goed maken door een XL-cappuccino mee te nemen en had een heel betoog klaar staan vol excuses en hoe ik hemel en aarde had bewogen om hier op tijd aan te komen.

 

Hij was me voor.

 

Screenshot_2014-04-07-10-43-04-1

 

 

 

 





Niet eenzaam.

15 maart 2014

Vroeger begreep ik nooit waarom mensen er in vredesnaam voor kozen om in hun eentje koffie te gaan drinken in een cafeetje. Really?! Persoonlijk associeer ik koffie met gezelligheid. En persoonlijk associeer ik cafeetjes met gezelligheid. Waarom dan alleen zitten zijn?

Ik bedacht altijd verhaaltjes bij de personen die alleen zaten.
Misschien was ze wel heel eenzaam.
Misschien wachtte ze op haar blind date.
Misschien ontmoette hij zijn minnares.
Misschien was ze wel heel verdrietig.
Misschien had iemand haar laten zitten.
Misschien had hij ruzie met zijn matties.
Misschien moest ze wachten op haar sollicitatiegesprek.

Het allerergste vond ik de mensen die in hun eentje een boek zaten te lezen. REALLY?! Je gaat toch geen geld uitgeven om in je eentje in een café koffie te zuipen en een BOEK te lezen? Dat kun je thuis op de bank ook doen, goedkoper en veel fijner! Is er dan NIEMAND die je kunt appen om voor de gezelligheid af te spreken?

Nu zit ik alleen. In een café. Ik heb net zo’n twintig pagina’s gelezen uit mijn boek en er staat een cappuccino voor mijn neus. De zon schijnt door het grote raam op mijn gezicht. Buiten lopen mensen gehaast voorbij. Druk pratend, aan de telefoon.

 

En opeens snap ik het. Ik begrijp het helemaal.

Ik ben niet eenzaam.
Ik heb geen blind date.
En al helemaal geen minnaar.
Ik ben totaal niet verdrietig.
Niemand heeft me laten zitten.
Ik heb geen ruzie.
En ook geen sollicitatiegesprek.

 

Ik geniet gewoon een beetje. Ik ben hier met mezelf.

En da’s soms meer dan genoeg.

 

IMG_20140315_105457





“Ik ga snackbar spelen!” zei hij dus net.

20 februari 2014

Als je in een serieuze relatie zit, en al een tijdje, weet je dat er soms discussies zullen ontstaan die je niet zult winnen. Sowieso niet. Ook al heb je prima argumenten, ook al heb je méér argumenten, je verliest.

Dat was dus vandaag.

 

Luc wilde het zo graag, al heel lang.
Ik niet.
Ik vind het vies, ik vind het stom, het stinkt.
Kostenbesparend, oké. Maar ik had vredig kunnen sterven zonder nog ooit zo’n ding te bezitten.

Ik ben tegen een frituurpan in huis.

 

Ooit, als pasgeboren studentje, had ik er eentje. Zo’n cheapie van de Blokker, simpel ding, kan niks mee mislukken. Af en toe, als er bezoek was, frituurde ik wat Mora-snacks. Bitterballetje hier, partysnackje daar. Ik denk dat ik ‘m hooguit vijf keer heb gebruikt. Enkel bij gelegenheden.

Op een avond zette ik dus die pan aan om wat meuk te frituren. Zoals ik dat eerder ook al had gedaan. En vanuit het niks begon dat gloeiendhete vet dus uit die pan omhoog te borrelen. Hoe bij tekenfilms vulkanen uitbarsten, met omhoogbubbelend en spuwend lava, dat was mijn frituurpan. En het werd in korte tijd steeds erger. Het deksel kwam omhoog, het vet spetterde alle kanten op. Gillend heb ik de stekker er uit weten te trekken. Ik verbrandde me nog aan dat hete vet, heb vervolgens dat ding naar buiten gegooid en dat was het einde van de frituurpan in casa Femke. Ik weet nog steeds niet wat er precies mis ging.

Klein traumaatje dus.
(En als er iets een BITCH is om schoon te maken, dan is dat opgedroogd frituurvet, dat o-ve-ral in mijn keuken terug te vinden was.)

Ik hoef vast niet te zeggen dat ik geen nieuwe meer hoefde.
(En echt nodig had ik ‘m sowieso niet.)

Maar L. wilde er eentje. Hij vindt het onzin dat alles bij de snackbar in verhouding zo achterlijk duur is, terwijl je het zelf thuis ook kunt maken. Niet dat wij dagelijks (of wekelijks) bij een snackbar komen, maar het ging om het principe. En ik roep ook altijd dingen vanuit ‘het principe’, ergo, ik had verloren.

 

We zijn tot de volgende overeenstemming gekomen:
– L. maakt ‘m altijd zelf schoon.
– L. laat ‘m zelf uit.
– L. geeft ‘m zelf te eten.
– L. draait op voor de volledige verzorging.
– Klachten over stank dienen serieus te worden genomen.
– Femke heeft er niks mee te maken.

 

En toen gingen we allebei maar akkoord. (Want ik wist niks meer te verzinnen.)

 

20140220_145839

 

Kijk ‘m blij zijn dan. Met z’n stofwisseling sneller dan het licht.

 





Haar handelsmerk.

16 januari 2014

Op de foto’s die Aline van mij maakte, was de meest voorkomende reactie: “DAT HAAAAAAAR”!
Ik ga nu een heel erg openhartig stukje schrijven over mijn haar, mijn handelsmerk (volgens sommigen), mijn geheim.

 

Ik heb geen geheim.

 

Ik heb eigenlijk altijd wel lang haar gehad. Op twee keer na, beide keren heb ik als zeer traumatiserend ervaren. Bij de eerste keer was ik een jaar of 5, 6. Ik zag in een tijdschrift een mooie mevrouw met mooi haar en ik dacht dat als ik dat aanwees, ik haar hele hoofd zou krijgen. Het komt er op neer dat ik met die dramatisch korte bob (ik was altijd al een trendsetter want nu is het weer helemaal hip) op een jongetje leek.

De tweede keer was ergens op de middelbare school. Mijn haar was dood en ongezond vanwege het vele (veeele) verven, en het leek de kapster toch echt verstandig om er een stuk af te halen. Want dood haar = dood haar. Over het resultaat wil en kán ik niet eens praten. Het stond vreselijk.

Het enige wat mogelijk heeft bijgedragen aan de huidige lengte van mijn haar is dat ik het ruim 6 jaar niet heb laten knippen. Ik ging op kamers en vond het onnodig om geld uit te geven aan het kortwieken van mijn haar. En nouja. Zodoende. Inmiddels heb ik Maxime leren kennen en is zij de enige aan wie ik zo nu en dan mijn haar toevertrouw. En zij weet er altijd weer iets mooiers van te maken.

En wat doe ik verder? Gewoon. Shampoo. Conditioner alleen als het in de aanbieding is. En heel af en toe een masker, spullie of serum er doorheen. That’s it.

 

Mijn haarverzorgings-stash. Allemaal tegelijk, yolo.

Mijn haarverzorgings-stash. Allemaal tegelijk, yolo.

 

 

Men vindt mijn haar mooi. En eigenlijk ben ik er vaak zelf ook best tevreden mee. Het is licht-krullerig (zwaar-krullerig als er een groot stuk vanaf zou gaan), lang, dik (YES), en een beetje hippie-ish. Ofzoiets.

Foto door Aline.

Foto door Aline.

 

 

Ik ben niet altijd blij.

Niet:
Als ik het ‘s morgens urenlang moet uitborstelen omdat er ‘s nachts een soort vogelnest is ontstaan.
Als ik het een dag niet borstel, en er meteen een dreadlock is ontstaan.
Als het statisch is. (Zie je het voor je?)
Als ik ‘s morgens mijn elastiekje niet uit mijn flodder-slaap-knot krijg.
Als L. ‘s nachts op mijn haar ligt omdat een elastiekje slecht voor je haar is.
Als mijn haar zich om een knoop van een jas heeft gewikkeld en er bijna een schaar aan te pas moet komen.
Als die jas van een wildvreemde is.
Als ik de vloer moet schoonmaken en ik een pruik zou kunnen maken van alles wat op de grond terecht is gekomen.
Als ik gedoucht heb en het na 2,5 uur (I kid you not) nog steeds niet droog is.
Het feit dat fohnen net zo lang zou duren.

 

Jij wil mijn haar?
Wacht maar tot het zomer is.

Dan wil je alleen nog maar een lelijke flodder-knot op je kop omdat het anders ONDRAAGLIJK IS. Zowel letterlijk (zwaar, het zit nooit goed of handig) als figuurlijk (ik ga langzaam dood in deze zelfgecreëerde oven in mijn nek).

 

Maar verder ben ik er inderdaad heel erg blij mee ja en mag ik inderdaad niet klagen nee.

 

En voor iedereen die alsnog jaloers is en mij dreig-brieven stuurt met afgeknipte plukjes haar, is er eigenlijk maar één antwoord volgens Laura: Hate bitches hate, haters keep me famous.

 

Ja.

 

 

 





Tips tegen Herfstdips.

31 oktober 2013

“Ik ben depressief.”

Zucht ik tegen Lucas die op het punt staat de deur uit te gaan. Op weg naar de fotozaak voor fotorolletjes voor zijn -uit de Kringloop afkomstige- Brownie SIX-20 Camera.
Oké, ik ben niet écht depressief, maar ik ben dipperig. Hoofdpijnerig. Zuchterig. Lamlendig. Hangerig Nergens zin in. Alles is stom.
“Ik wil chocola met chilipeper en koek”, gooi ik er nog een schepje bovenop.
“Moet je doen”, zegt Lucas terwijl hij een kus op mijn voorhoofd drukt.

“JA DUH NATUURLIJK NIET, IK BEN AL MODDERVET EN JE MOET ME JUIST STEUNEN, HOU ME TEGEN ALS IK DIT SOORT DINGEN ZEG EN KOOP ZO’N CHOCOLADEREEP VOOR ME.”
Schreeuw ik in mijn hoofd.

Met andere woorden, ik word een onredelijke bitch tijdens mijn herfstdip. Sommige mensen leven op als het buiten kouder wordt. Ik vind het maar lastiglastig. Ik voel me nu al wekenlang alsof ik ongesteld moet worden, ik heb een hoofd vol watten en elke prikkel lijkt er één teveel.

 

Tijd om dat probleem te tackelen.

 

Tips tegen Herfstdips
– Brei een sjaal. Ik klink extreem als oma Femke nu, maar serieus. Breien ontspant enorm, en het fijnste: je kunt het binnen op de bank doen met leuke muziek op, of een film/serie die je al 1000 keer gezien hebt.

1378242_737074459655955_11797636_n

 

– Besluit voor de miljoenste keer om een boek te gaan schrijven. En leg je neer bij het feit dat het je waarschijnlijk toch niet gaat lukken en dat het idee dood bloedt zodra je er mee aan de slag gaat.

– Plan een leuk uitje. Kringloop, weekendje weg, supermarkt, Kruidvat, (rommel)markt, chocoladewinkel, Hema, H&M… Pin een tientje and buy yourself something nice. Je verdient het. (Ook als je een onredelijke bitch bent geweest.)

– Zeik alles af op WhatsApp. Gooi lekker even alle frustraties eruit en zeik alles af wat je irriteert. Lucht op. (Waarschuw de ander even van tevoren, en benadruk dat alles met meer dan één korrel zout moet worden genomen.)

– Knuffel. Floortje is over het algemeen mijn favoriete slachtoffer. Negeer alle vormen van protest.

1376990_731778126852255_1342116631_n

 

– Spreek af met mensen die je leuk of aardig vind. Als je het op dit soort momenten lastig vindt om alleen te zijn, zoek anderen op. Drink een kop koffie (vooruit, met een stuk taart), kijk samen Goede Tijden. Dat soort geneuzel.

– Spreek af met een collega dat je één keer per week (maandag?) iets van chocola voor elkaar koopt. Zo sleep je elkaar door die kutkutklotewinter.

– Zeg heel vaak ‘Kutkutklote.’ Je hebt mijn toestemming.

– Lees al je lievelingsboeken opnieuw.

– Eet koekjes. Of chocola (vooral Tony Chocolonely met chilipeper en koek doet het goed, weet ik uit ervaring.). Of maak een no-bake-Oreocheesecake. Fuck dat bikinilijf, the winter is coming en die vraagt om een verse speklaag op je lichaam. Geef toe. (Zo af en toe.) (Geniet maar vreet met mate, e.d.) (VAN MIJ MAG JE ETEN! EET EN GENIET!) (Maar wees verstandig en snoep een appel.)

IMG_20131015_220839

 

– Haal een frisse neus en kom in beweging. Ga hardlopen bijvoorbeeld, of maak gewoon een klein wandelingetje. Beter nog: neem een 2-jarig kind mee en ren er achteraan. Goed voor de beweging. (En voor de calorieverbranding van de chocola, koekjes, en no-bake-Oreocheesecake.)

– Doe de Lucas: ga naar de Kringloop, koop een camera, koop een filmpje en maak lekker foto’s. Van alles wat je mooi vindt.

– Doe de Floortje: verstop je in de geheime hut (bank/bed/fijne stoel) en doe een dutje. Powernapjes zijn je beste vriend in deze Donkere Duystere Daagen.

 

 

En onthou:

[INSERT HIER WAANZINNIG SLECHTE QUOTE OVER DE ESSENTIE VAN HET LEVEN]

en alles komt goed.

 

 





De 10 Regels.

21 oktober 2013

Sindskort heb ik me dus sterk gemaakt. Samen met een aantal medebloggers zijn we een speciaal bureau gestart. Een ijzersterk fort. Samen staan we sterk, en iedereen heeft daar torenhoog respect voor.

Wij zijn de FBI van Blogland.
De Anonieme Mean Girls die altijd gelijk hebben.
De SuperWomen (ja, alleen maar women idd.), mét denkbeeldig capeje.
De CopyCatPolice.
De Robine’s Hoods die opkomen voor de zwakkeren.
De Onschendbaren.

Samen hebben we een TopSecretSuperGeheim Kwartier. Een echt hoofdkantoor op een niet nader te noemen locatie. Op een lange vergadertafel met barcaloungers staan chocolatechipcookies, en de vergadering start. Er komen laptops omhoog uit de tafel, en om beurten bespreken we nieuwkomers. Wat ons opvalt. Wat we signaleren. En we pakken áán. Met woorden. Geen daden, maar woorden.

“Heeft die chick nou alweer een bitchy comment achter gelaten bij blogger28458254171?!” vraagt WonderWoman.
“Dit kan echt niet, arm meisje” zegt IronChick. “Wie geeft haar van jetje? Wie wil?”
“I’m on it!” roept Hulkin. Ze tikt, klikt en publiceert.

 

Hulkin:
“Ik weet niet of het je bedoeling is om bitchy over te komen, maar als dat wel het geval is: gefeliciteerd!
Je bent officieel een bitch!”

 

We highfiven.

“Ik ben begonnen met een nieuw project,” begint WonderWoman.
Ze wordt onderbroken door een bekend deuntje.
“Nieuwe comment!” roepen we tegelijkertijd.

“Oh nee, het is háár weer!” roept BatGirl. “Mag ik?”

 

BatGirl:
“Hoi, heb je wel gelezen wat er staat? Je was zo snel met reageren bij zo’n grote tekst, misschien is het dan ook aardig om een wat meer inhoudelijke comment achter te laten dan ‘Leuk geschreven, kom je ook eens bij mij kijken?'”

 

We knikken goedkeurend.

“WonderWoman, met welk project ben je nu bezig?” vraagt IronChick.
“De 10 Ongeschreven Regels van de Blogwereld”, antwoordt WonderWoman.
“Goed idee!” roept BatGirl.
“Wat heb je tot nu toe?” vraagt Hulkin.

 

De 10 Ongeschreven Regels van de Blogwereld:
1. Blogpost niet gelezen? Reageer niet! (We hebben je meteen door.)
2. Laat nooit een URL van eigen blog achter in comment. Negen van de tien keer zal blogger expres niet kijken.
3. Serieus/gevoelig blogonderwerp? Hou daar rekening mee in comments.
4. Niets aardigs te zeggen? Reageer OF opbouwend, OF niet.
5. Kopieer niet van andere blogs. Het kan gebeuren dat er tegelijkertijd een zelfde soort post gepubliceerd wordt, kopieeren is andere koek. Kan Niet.
6. Pinterest en/of Weheartit e.d. is géén bron.
7. Mensen werven voor eigen winacties doe je maar op koopavond in de stad.
8. Als iets herkenbaar is, leg (eventueel) uit waarom. Het is niet altijd duidelijk wat je bedoelt.
9. Schoenmaker blijf bij je leest. (M.a.w.: blog niet over clean eaten bij een serieuze McDonald’s-verslaving.)
10. Mrjeh.

 

“Mrjeh?” vraagt Hulkin.
“Wat?” zegt IronChick.
“Hoe bedoel je?” reageert BatGirl.
“Huh?” zegt WonderWoman.
“Ik snap je niet?” vraag ik.

“Mrjeh.”
Zegt Floortje vastberaden.

 

Ik doe mijn ogen open.

 

10. Blogjes over katten/honden/huisdieren/andere verslavingen dienen altijd gedoseerd te worden.

 

Uitzonderingen daargelaten. Uiteraard.

Uitzonderingen daargelaten. Uiteraard.






Webdesign + development by bodinelouise